Hof van Cassatie bevestigt strenge interpretatie van de tienjarige aansprakelijkheid van architect en aannemer

Overeenkomstig de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek zijn aannemers en architecten gedurende tien jaar na de aanvaarding van de werken aansprakelijk voor gebreken die de stabiliteit van gebouwen of grote werken in het gedrang brengen. 

Uitstel omgevingsvergunning voor gemeenten en verplicht digitaal aanvragen

Om die reden wordt een tijdelijke overgangsregeling 1 ingevoerd.

Oprichting van het ‘Centraal Register Solvabiliteit’

Met de “Wet van 1 december 2016” wordt een ‘Centraal Register Solvabiliteit’ in het leven geroepen. Het gaat om een nieuwe stap in het kader van de informatisering binnen Justitie met als doel de inrichting van een gegevensbank die alle faillissementsdossiers zal bewaren. Zowel de ‘Orde van Vlaamse Balies’ als de ‘Ordre des Barreaux francophones’ staan samen in voor de realisatie en het beheer van het nieuwe register. De wet van 1 december 2016 treedt in werking op 1 april 2017 en is van toepassing op de faillissementen die open worden verklaard vanaf voormelde datum.

Voortaan een hogere planschadevergoeding?

Die vergoeding dekt echter nooit alle schade. Zo wordt maar 80 % van de schade vergoed. Daarnaast krijgt u maar een schadevergoeding voor de eerste 50m grond, bekeken vanaf de rooilijn.

De advocaat als eerste rechter en de gerechtsdeurwaarder als spilfiguur voor de invordering van onbetwiste geldschulden

 Met de eerste PotPourri wet van 19 oktober 2015 werd in de artikelen 1394/20 tot 1394/27 van het Gerechtelijk Wetboek een nieuwe procedure ingevoerd voor de invordering van onbetwiste geldschulden. Bij koninklijk besluit van 16 juni 2016 werd de inwerkingtreding vastgelegd op 2 juli 2016. Deze nieuwe procedure speelt zich volledig buiten de rechtbank af en is gericht op een snellere en efficiëntere invordering van schuldvorderingen en op de ontlasting van de rechtbanken.

Wetgeving voor pop-ups “ontpopt” zich

In veel steden kan men er niet meer naast kijken en rijzen de “pop-up“ winkels als paddenstoelen uit de grond. Recent heeft de Vlaamse decreetgever een juridisch kader geboden voor deze tijdelijke uitbatingen op het grondgebied van het Vlaamse Gewest en zal men het moeten onderscheiden van de gemeenrechtelijke huur, de woninghuur, de handelshuur en de pacht.

Decreet Handhaving Omgevingsvergunning (Decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning, BS 27/08/2014)

Op deze blog werden reeds enkele berichten gewijd aan de samensmelting van de milieu- en de stedenbouwkundige vergunning tot de omgevingsvergunning. De handhaving betreffende de omgevingsvergunning wordt echter in een apart decreet geregeld. Voor de volledige regeling dient men aldus het Decreet Omgevingsvergunning samen te lezen met het Decreet Handhaving Omgevingsvergunning. 

De bijzondere informatieplicht in het kader van commerciële samenwerkingsovereenkomsten

Het Wetboek Economisch Recht bevat verschillende verplichtingen voor contractspartijen om, voorafgaand aan het sluiten van een overeenkomst, bepaalde informatie aan de tegenpartij mede te delen. Vooral in het kader van consumentenovereenkomsten en kredietovereenkomsten worden er bijzondere verplichtingen opgelegd teneinde de zwakkere contractspartij te beschermen en een gepercipieerd contractueel evenwicht te herstellen.

Ook in het kader van commerciële samenwerkingsovereenkomsten gelden er bijzondere informatieplichten.  Deze regelgeving werd ingevoerd met de wet van 19 december 2005 en werd ondertussen geïncorporeerd in boek X van het Wetboek Economisch recht. Met de opname in het WER werd ook het toepassingsgebied van deze regelgeving sterk uitgebreid. 

De Potpourri-wet I van 19 oktober 2015 leidde tot de introductie van een nieuw begrip, met name het Belgisch Betalingsbevel

Op Europees vlak geldt het Europees betalingsbevel en naar dit voorbeeld tracht men nu ook in België onbetwiste geldschulden eenvoudig, goedkoop en snel te innen. Het toepassingsgebied van dit Betalingsbevel is beperkt tot een buyer to buyer-context.

De aansprakelijkheid van bestuurders op grond van niet-betaalde facturen van de vennootschap

De rechtbank van koophandel te Antwerpen, afdeling Antwerpen boog zich in een recent vonnis over de vraag of bestuurders van een vennootschap aansprakelijk kunnen worden gesteld wegens niet-betaalde facturen van de vennootschap. 

Publicatie van het uitvoeringsbesluit bij het decreet betreffende de omgevingsvergunning in het Belgisch Staatsblad op 24 februari 2016

Het besluit geeft uitvoering aan het decreet betreffende de omgevingsvergunning dd. 25 april 2014, en legt de inwerkingtreding ervan vast op 23 februari 2017.

Het principe van uitvoerbaarheid bij voorraad na wetswijziging van 19 oktober 2015

Voorheen stelden artikel 1397 en 1398 van het Gerechtelijk Wetboek de niet-uitvoerbaarheid van vonnissen in eerste aanleg voorop. De rechter kon hiervan  – ambtshalve dan wel op verzoek van een van de partijen –afwijken en de voorlopige tenuitvoerlegging van een vonnis toestaan. Het instellen van verzet en hoger beroep (de gewone rechtsmiddelen) schorsten de mogelijkheid tot voorlopige tenuitvoerlegging.

De Potpourri-wetgeving dd. 19 oktober 2015 heeft de inperking van de gerechtelijke achterstand tot doel. Het gewijzigd artikel 1397 van het Gerechtelijk Wetboek stelt nu de principiële uitvoerbaarheid van een vonnis voorop.

Strafrechtelijke aansprakelijkheid van architect voor niet-conforme uitvoering van vergunning

Met haar arrest van 15 september 2015 (nr. P.14.1189.N/10) bevestigde het Hof van Cassatie een eerder arrest van het Hof van Beroep te Gent, waarin een architect strafrechtelijk aansprakelijk wordt gehouden voor deelname aan een stedenbouwkundig misdrijf.

De btw-plicht voor bestuurders-rechtspersonen wordt uitgesteld tot 1 april 2016

De inwerkingtreding van de btw-plicht voor bestuurders-rechtspersonen werd evenwel uitgesteld tot 1 april 2016.

De gevolgen van de Jaarrekeningrichtlijn 2013/34/EU op vennootschapsrechtelijk vlak

De deadline voor de Belgische wetgever om Richtlijn 2013/34/EU van 26 juni 2013 (de “Jaarrekeningrichtlijn”) om te zetten in het Belgische recht is op 20 juli 2015 verstreken. Op 19 juni 2015 keurde de ministerraad een voorontwerp van wet en een ontwerp van koninklijk besluit goed, die momenteel nog voor advies bij de Raad van State liggen. Eens het nieuwe wettelijk regime van toepassing is, wordt verwacht dat er meer vennootschappen als KMO’s zullen worden beschouwd. Dit zal op vennootschapsrechtelijk vlak dan ook enkele gevolgen hebben.

Art 101 VWEU levert geen vermoeden van schade op voor derden

In een vonnis van 24 april 2015 bevestigde de Rechtbank van Koophandel te Brussel dat uit het schenden van art. 101 VWEU geen vermoeden van schade kan worden afgeleid. Hoewel vaste rechtspraak aantoont dat een beschikking van de Europese Commissie de bewijslast van partijen doorgaans op substantiële wijze vergemakkelijkt, zullen partijen nog altijd concrete elementen moeten kunnen aandragen.

De aansprakelijkheid van de bouwheer voor de sociale en fiscale schulden van de onderaannemer

De aansprakelijkheid voor de fiscale en sociale schulden van de onderaannemer staat reeds enige tijd op de agenda. In 2008 werd er nog een wetswijziging doorgevoerd die de inhouding beval wanneer de onderaannemer sociale of fiscale schulden zou hebben, op straffe van hoofdelijke aansprakelijkheid. Deze relatie was beperkt tot de rechtstreekse contractuele relatie tussen hoofdaannemer en onderaannemer. In 2012 werd deze regeling uitgebreid naar een aansprakelijkheid voor iedereen hogerop in de keten.

De  vennootschapsrechtelijke geschillenregeling

De vennootschapsrechtelijke geschillenregeling laat toe om als aandeelhouder van een BVBA, hetzij als aandeelhouder van een NV zelf uit de vennootschap te treden en hierdoor andere aandeelhouders te dwingen om zijn aandelen over te nemen, hetzij om andere aandeelhouders op die manier uit de vennootschap te sluiten, waardoor zij gedwongen worden hun aandelen over te laten

Aandachtspunten bij de redactie van een niet-concurrentiebeding

Voor een onderneming is het vaak essentieel om een concurrentieverbod te bedingen ten laste van een medecontractant. Niet-concurrentiebedingen worden dan ook steeds vaker in contracten opgenomen.

BTW-plicht voor rechtspersonen die optreden als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar van vennootschappen vanaf 1 januari 2016

In de btw-beslissing nr. E.T.125.180 van 20 november 2014 heeft de FOD Financiën ingevolge een advies van de Europese Commissie beslist om het keuzestelsel voor de btw voor rechtspersonen die optreden als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar op te heffen en om in de toekomst de gewone btw-regels toe te passen. Dit heeft tot gevolg dat alle voornoemde rechtspersonen zich voor btw-doeleinden dienen te identificeren en dat de door hen ontvangen vergoedingen voor al hun handelingen die zij als dusdanig verrichten, principieel aan de btw moeten worden onderworpen en dit zonder keuzemogelijkheid.