Bestuurlijke lus

In arrest 74/2014 van 8 mei 2014 sprak het Grondwettelijk Hof zich uit over een verzoek tot nietigverklaring van de artikelen 4.8.4 en artikel 4.8.28, §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Deze bepalingen bevatten het principe van de bestuurlijke lus. Dat is de mogelijkheid voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen om het voor hem gebrachte geschil op te lossen door de betrokken vergunningverlenende overheid de tijd te geven een onregelmatigheid in de bestreden beslissing te herstellen of te laten herstellen. Het Grondwettelijk Hof vernietigt deze bepalingen omdat deze afbreuk doen aan de artikelen 10, 11 en 23 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met algemene rechtsbeginselen en internationaalrechtelijke bepalingen. 
1.
De Raad voor Vergunningsbetwistingen doet als administratief rechtscollege bij wijze van arresten uitspraak over inter alia beroepen tot vernietiging van vergunningsbeslissingen. De Raad vernietigt een vergunningsbeslissing wanneer zij onregelmatig is. De vergunningsbeslissing is onregelmatig wanneer deze strijdig is met de regelgeving, stedenbouwkundige voorschriften of beginselen van behoorlijk bestuur. 

Met de bestuurlijke lus bood de decreetgever in 2012 aan de Raad ook een instrument ter oplossing van het geschil. 

2.
Met dit instrument kan de Raad in elke stand van het geding aan de vergunningverlenende overheid de optie bieden om binnen de termijn die de Raad bepaalt een onregelmatigheid in de bestreden beslissing te herstellen of te laten herstellen. De ratio legis is het vermijden van onnodige procedures, tijdwinst boeken en snelle rechtszekerheid bieden. Dit zowel in het voordeel van de burger als de overheid.

De bestuurlijke lus kan enkel worden toegepast als aan een aantal voorwaarden is voldaan: (1) de belanghebbenden, zoals de aanvrager van de vergunning of de bij het dossier betrokken overheid, mogen niet onevenredig worden benadeeld; (2) de onregelmatigheid in de bestreden beslissing moet herstelbaar zijn, zoals bijvoorbeeld een ten onrechte niet gevraagd advies alsnog inwinnen; (3) het herstel van de onregelmatigheid moet tot gevolg hebben dat de bestreden beslissing niet langer onregelmatig is, en dat de beslissing gehandhaafd kan blijven,(4) de Raad moet alle middelen hebben onderzocht vooraleer de bestuurlijke lus toe te passen. 

3.
Het Grondwettelijk Hof vernietigt nu dit systeem van de bestuurlijke lus om volgende redenen.

De Raad voert een legaliteitscontrole uit en mag zelf de inhoud van de beslissing niet bepalen. De bestuurlijke lus en het daaruit volgende herstel van een onregelmatigheid kan een weerslag hebben op de inhoud van een beslissing. Met andere woorden kan de Raad op die manier zijn standpunt over de uitkomst van het geschil kenbaar maken. Om die reden doet dit systeem op discriminerende wijze afbreuk aan de beginselen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter.

Daarnaast stelt het Grondwettelijk Hof dat de bestuurlijke lus op discriminerende wijze afbreuk doet aan de rechten van verdediging, het recht op tegenspraak en het recht op toegang tot de rechter. In de eerste plaats omdat dit instrument niet voorziet in de mogelijkheid van een debat op tegenspraak over de toepassing van de bestuurlijke lus en in de tweede plaats omdat er geen beroep openstaat tegen een beslissing die met toepassing van de bestuurlijke lus werd genomen. 

Ten slotte merkt het Grondwettelijk Hof op dat de bestuurlijke lus ook de mogelijkheid biedt aan het betrokken bestuur om een bestuurshandeling die niet uitdrukkelijk werd gemotiveerd, nadien nog van de vereiste motivering te voorzien. Hierin ziet het Grondwettelijk Hof een schending van het bij wet van 29 juli 1991 inzake de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen, gewaarborgde recht, om onmiddellijk kennis te nemen van de motieven die de beslissing verantwoorden door de vermelding ervan in de handeling zelf. 

Deze vernietiging heeft absoluut gezag van gewijde en heeft terugwerkende kracht. Arresten van het Grondwettelijk Hof worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. 

4.
Ten slotte dient verwijzing te worden gemaakt naar de wet van 20 januari 2014 met betrekking tot de hervorming van de Raad van State. Deze wet voorziet in een gelijkaardig systeem. Het valt af te wachten of het besproken arrest ook aanleiding zal geven tot discussie omtrent de toepassing van de bestuurlijke lus voor de Raad van State. 

Het is dan ook nuttig deze evolutie verder op te volgen. 


Wouter Declerck