Cassatie verbiedt contractuele uitsluiting van de “in solidum” aansprakelijkheid van aannemer en architect in geval van tienjarige aansprakelijkheid

In een arrest van 5 september 2014 beantwoordt het Hof van Cassatie de vraag of de aannemer en architect contractueel hun “in solidum” aansprakelijkheid met elkaar en andere bouwpartners mogen uitsluiten.
Sommige bouwgebreken zijn het gevolg van een fout van de aannemer en een fout van de architect. In geval van samenlopende fouten – fouten die samen noodzakelijk zijn om dezelfde schade te veroorzaken – kan de bouwheer op basis van de “in solidum” aansprakelijkheid zowel de aannemer als de architect, elk afzonderlijk, aanspreken voor de volledige schade. 
In het merendeel van de architectenovereenkomsten wordt de “in solidum” aansprakelijkheid contractueel uitgesloten. 
Het Hof van Cassatie oordeelde in haar arrest van 5 september 2014 echter dat het beding op grond waarvan de architect in geval van een samenlopende fout met die van de aannemer enkel voor zijn aandeel in de totstandkoming van de schade vergoeding zou verschuldigd zijn, een beperking inhoudt van de aansprakelijkheid van de architect ten aanzien van de bouwheer overeenkomstig artikel 1792 van het Burgerlijk Wetboek. Volgens vaststaande rechtspraak van het Hof van Cassatie is deze tienjarige aansprakelijkheid van de architect echter van openbare orde. Een contractuele uitsluiting van de “in solidum” aansprakelijkheid is dan ook, aldus het Hof, strijdig met de openbare orde en bijgevolg absoluut nietig. Dit geldt zowel voor de architect als voor de aannemer.
Het Hof van Cassatie gaat daarmee in tegen de meerderheidsrechtspraak van de feitenrechter, die voorheen oordeelden dat de contractuele uitsluiting van de “in solidum” aansprakelijkheid rechtsgeldig was. 

Ellis VANDORPE