De afwezigheid van een verzakingsbeding in bemiddelingsovereenkomsten.

Krachtens artikel 2, 11° van het KB van 12 januari 2007 moet in alle bemiddelingsovereenkomsten gesloten tussen een vastgoedmakelaar en een consument, ongeacht de plaats waar en de wijze waarop de overeenkomst wordt gesloten, een verzakingsbeding worden opgenomen. In dit verzakingsbeding wordt aan de consument het recht toegekend om de overeenkomst gedurende een termijn van zeven werkdagen te herroepen. 

Het Hof van Beroep te Antwerpen bevestigde in een arrest van 12 november 2012 de stelling dat de afwezigheid van een verzakingsbeding, of het niet opnemen van een verzakingsbeding conform de formele vereisten van het KB, niet kan leiden tot de nietigheid van de overeenkomst. 

Het Hof wijst er evenwel op dat de Wet Marktpraktijken aanvullend van toepassing blijft. Indien de overeenkomst bijgevolg tot stand is gekomen bij de consument thuis en deze de makelaar niet voorafgaand en uitdrukkelijk heeft uitgenodigd met de bedoeling te onderhandelen over het sluiten van de overeenkomst, moet met de vereisten van artikel 60 van de Wet Marktpraktijken (WMPC) rekening gehouden worden. De overeenkomst moet, conform dit artikel, op de eerste bladzijde, in vette letters en in een kader los van de tekst, het verzakingsbeding vermelden. Bevat de overeenkomst die bij de consument thuis gesloten werd dit verzakingsbeding niet, of werd het verzakingsbeding niet conform de vereisten van artikel 60 WMPC opgesteld, dan kan de overeenkomst bijgevolg nietig verklaard worden. Wordt de overeenkomst daarentegen bijvoorbeeld in het kantoor van de vastgoedmakelaar gesloten, dan zijn de vereisten van artikel 60 WMPC niet van toepassing en zal de overeenkomst waarin geen verzakigsbeding is opgenomen, niet nietig kunnen verklaard worden.