De impact van het nieuwe vennootschapsrecht op aandeelhoudersovereenkomsten

Inleiding

De intrede van het nieuwe vennootschapsrecht komt steeds dichterbij. De visie van de wetgever is ambitieus: een moderner, eenvoudiger en meer flexibel vennootschapsrecht.

De inwerkingtreding van het nieuwe vennootschapsrecht staat gepland op 1 januari 2019. De vennootschappen of verenigingen die vanaf 1 januari 2019 worden opgericht, zullen aldus conform de nieuwe bepalingen moeten worden opgesteld.

Voor bestaande vennootschappen ligt de datum van inwerkingtreding anders. Gezien de grote impact en de ingrijpende wijzigingen die het nieuwe wetboek van vennootschappen met zich zal meebrengen, is in het wetsontwerp een lange overgangsperiode voorzien. Voor deze vennootschappen en verenigingen wordt het nieuwe vennootschapsrecht pas voor het eerst van toepassing op 1 januari 2020. Vanaf de inwerkingtreding van de wet kunnen bestaande vennootschappen echter door een besluit van de algemene vergadering, die tevens een statutenwijziging vereist, beslissen zich voor deze datum aan de bepalingen van het nieuwe wetboek te onderwerpen.

De ambitie van de wetgever was om over een goedgekeurd wetsontwerp te beschikken in het najaar van 2018. De Raad van State verleende evenwel zijn advies over het wetsontwerp op 13 september. De verdere planning inzake de goedkeuring van het wetsontwerp valt bijgevolg verder af te wachten.

Deze bijdrage poogt een eerste overzicht te bieden van hoe aandeelhoudersovereenkomsten er in de toekomst anders kunnen gaan uitzien.

Impact op aandeelhoudersovereenkomsten

Het gebruik van aandeelhoudersovereenkomsten komt vaak voor. Een aandeelhoudersovereenkomst is immers een instrument om specifieke noden en verwachtingen van aandeelhouders te concretiseren. Bovendien hoeven deze niet gepubliceerd te worden, zoals dit met de statuten van een vennootschap wel het geval is. Een aandeelhoudersovereenkomst is bijgevolg hét instrument bij uitstek om (discrete) afspraken tussen aandeelhouders vast te leggen.

In een aandeelhoudersovereenkomst kunnen onder meer volgende zaken worden geregeld: de overdraagbaarheid van aandelen, winstuitkering, de organisatie van het bestuur en de omgang met eventuele conflicten.

De opmaak van een aandeelhoudersovereenkomst is niet verplicht volgens de huidige wetgeving. Een wettelijke regeling wordt in de ontwerptekst van het nieuwe wetboek van vennootschappen evenmin voorzien.

De komst van het nieuwe vennootschapsrecht zal evenwel onvermijdelijk een impact hebben op reeds bestaande aandeelhoudersovereenkomsten. Hierna volgt een beknopt overzicht van enkele belangrijke afspraken die in een aandeelhoudersovereenkomst kunnen voorkomen en hoe het nieuwe vennootschapsrecht hierop een impact kan hebben.

  1. Afspraken met betrekking tot stemrecht en stemafspraken

Wat betreft het stemrecht verbonden aan aandelen, blijft het principe van 1 aandeel, 1 stem ook in het nieuwe vennootschapsrecht behouden. Er kan evenwel geopteerd worden voor een afwijkende regeling. Bij de besloten vennootschap (de “BV”) en de naamloze vennootschap (de “NV”), kan een onbeperkt meervoudig stemrecht worden toegekend. Voor de genoteerde NV voorziet de ontwerptekst in een optioneel dubbel stemrecht bij loyauteit, voor zover deze mogelijkheid statutair werd voorzien en de aandeelhouder gedurende twee jaar onafgebroken eigenaar is geweest van de aandelen. Tenslotte worden de regels inzake de aandelen zonder stemrecht sterk versoepeld.

Aandeelhouders kunnen daarnaast nog steeds een overeenkomst aangaan betreffende de uitoefening van het stemrecht.

De ontwerptekst voorziet eveneens in bepaalde vereiste meerderheden. Zo blijven de statutenwijzigingen en de wijziging van het voorwerp (het huidige “doel”) van de vennootschap onderworpen aan strengere meerderheidsvereisten.

De praktijk dat een lijst van sleutelbeslissingen wordt opgemaakt waarvoor een bijzondere meerderheid geldt of minstens een akkoord van één bepaalde aandeelhouder nodig is, blijft aldus bestaan. De komst van de mogelijkheid om meervoudig stemrecht toe te kennen, zal deze praktijk evenwel complexer maken.

  1. Overdracht van aandelen in een BV

Onder het huidige vennootschapsrecht is de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (de “BVBA”) een welgekende en vaak gebruikte vennootschapsvorm. Het nieuwe vennootschapsrecht sleutelde aan deze vennootschapsvorm en kwam met de BV op de proppen. Een essentiële wijziging hierbij is dat het besloten karakter van een BV van aanvullend recht wordt.

Dit heeft tot gevolg dat er voortaan kan worden gekozen tussen twee stelsels: de beperkte overdraagbaarheid van aandelen of de optionele vrije overdraagbaarheid.

De ontwerptekst bepaalt verder dat indien een aandeelhouder daarom verzoekt, het aandelenregister de statutaire overdrachtsbeperkingen en de beperkingen uit aandeelhoudersovereenkomsten dient te vermelden. Vandaag is het echter moeilijk te voorspellen of in aandeelhoudersovereenkomsten kan verzaakt worden aan dit principe. Hiervoor is het wachten op ofwel de definitieve tekst ofwel de rechtspraak.

Ten slotte nog dit: de sanctie bij niet-naleving van wettelijke of statutaire beperkingen inzake de overdracht van aandelen in een BV is niet langer de nietigheid maar wel de niet-tegenstelbaarheid, ongeacht goede of kwade trouw van de derde koper.

  1. Overdracht van aandelen in een NV

Gezien de aandelen in een NV vrij overdraagbaar zijn, komen contractuele overdrachtsbeperkingen vaak voor. De ontwerptekst behoudt de wettelijke regeling hieromtrent grotendeels. Voor onvervreemdbaarheidsclausules wordt bepaald dat deze wat hun duur betreft, een rechtmatig belang moeten dienen. Het vennootschapsbelang is aldus niet langer de vereiste. Daarnaast dienen deze van bepaalde duur te zijn. Indien een onvervreemdbaarheidsclausule wordt bepaald van onbepaalde duur, kan er te allen tijde worden opgezegd met inachtneming van een redelijke opzeggingstermijn.

Voor goedkeuringsclausules of een voorkooprecht wordt voorzien dat de toepassing niet tot het gevolg mag hebben dat de onoverdraagbaarheid meer dan 6 maanden duurt. Is dit wel zo, wordt de onoverdraagbaarheid van rechtswege beperkt tot 6 maanden.

Hierbij valt nog op te merken dat deze nieuwe wettelijke regeling niet wordt hernomen voor de BV.

  1. Winstuitkering

Onder het huidige recht bestaat de regel dat (winst-)uitkeringen aan aandeelhouders enkel mogen zolang het netto-actief van de vennootschap niet zakt onder het maatschappelijk kapitaal. Het nieuwe vennootschapsrecht voorziet in een bijkomende liquiditeitstest vooraleer aan de aandeelhouders kan worden uitgekeerd.

Deze test houdt in dat de raad van bestuur nagaat of de vennootschap, volgens redelijk te verwachten ontwikkelingen, na de uitkering in staat zal blijven haar schulden te voldoen naarmate deze opeisbaar worden over een periode van ten minste 12 maanden vanaf de uitkering.

  1. Omgaan met conflicten

Het nieuwe vennootschapsrecht voorziet geen fundamentele wijzigingen inzake de vordering tot uittreding en de vordering tot uitsluiting.

De ontwerptekst voorziet evenwel in een antwoord op de omstreden vraag of de rechter gebonden is door de overnameprijs zoals die in een aandeelhoudersovereenkomst of een statutaire clausule is bepaald.

De voorzitter moet hierbij de statutaire afspraken of afspraken vastgelegd in aandeelhouderovereenkomsten over de prijs toepassen indien deze (i) specifiek zijn voorgeschreven voor uittreding/uitsluiting en (ii) indien deze geen aanleiding geven tot een kennelijk onredelijke prijs.

Besluit

Het nieuwe vennootschapsrecht zal een belangrijke (in)directe impact hebben op aandeelhoudersovereenkomsten. Deze uiteenzetting geeft een beknopt overzicht van de belangrijkste afspraken die voorkomen in aandeelhoudersovereenkomsten. Het nieuwe vennootschapsrecht kan evenwel nog op andere mogelijke afspraken een invloed hebben.

Een grondige evaluatie en update van bestaande aandeelhoudersovereenkomsten is bijgevolg aangewezen. Na de inwerkingtreding van het nieuwe vennootschapsrecht zullen vaak gebruikte templates eveneens niet steeds bruikbaar of nuttig blijken.

Lore HUYGHE