De wetswijziging van 22 oktober 2017 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen: een nieuwe stimulans voor de vastgoedmarkt

De wet van 22 oktober 2017 tot wijziging van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen is op 9 november 2017 in werking getreden. De wetswijziging maakt enerzijds komaf met enkele pijnpunten waarmee de regelgeving te kampen had en introduceert anderzijds de sociale gereglementeerde vastgoedvennootschap.

(i)   Wat is een gereglementeerde vastgoedvennootschap?

De gereglementeerde vastgoedvennootschap (GVV) is een vennootschap waarvan de activiteit bestaat uit het uitoefenen van alle activiteiten die verbonden zijn aan de oprichting, de verbouwing, de renovatie, de ontwikkeling, de verwerving, de vervreemding en het beheer en de exploitatie van onroerende goederen. Zij wordt daartoe vergund en staat onder het toezicht van de FSMA.

De GVV-regelgeving biedt de vastgoedinvesteerder een alternatief op de zogenaamde vastgoedbevaks en laat de GVV’s genieten van een gunstig fiscaal regime.

Voor de wetswijziging bestonden er twee soorten GVV’s, namelijk de (i) openbare GVV (OGVV), dewelke haar aandelen op de gereglementeerde markt verhandelt, en de (ii) institutionele GVV (IGVV), dewelke haar financiële middelen aantrekt bij bepaalde beleggers en onder controle staat van een openbare GVV.

(ii)  Belangrijkste wijzigingen

A. Met betrekking tot de OGVV en de IGVV

- De activiteiten van de GVV’s worden uitgebreid naar de infrastructuursector. Hierdoor kunnen de GVV’s deelnemen aan o.a. DB(F)(M)(O)-overeenkomsten, overeenkomsten voor concessies en (nuts)voorzieningen voor vervoer, verdeling of verdeling van elektriciteit en water.

Gelet op de uitbreiding naar de infrastructuursector wordt de mogelijkheid voorzien om externe financiering in het kader van dergelijke projecten buiten beschouwing te laten bij het berekenen van de maximale schuldgraad van 65%.

- Teneinde de samenwerking tussen OGVV’s en andere investeerders te stimuleren is de vereiste van een gezamenlijke of exclusieve controle van een OGVV over een IGVV afgeschaft.  Op heden is er reeds sprake van een IGVV wanneer minstens 25% van het maatschappelijk kapitaal rechtstreeks of onrechtstreeks wordt aangehouden door een OGVV.

-  Tevens wordt nu de mogelijkheid voorzien om als natuurlijke personen aandeelhouder te zijn in een IGVV. Dit kan dus onder meer een mogelijkheid zijn om familiale vastgoedpatrimonia verder te ontwikkelen.

B. Invoering van een sociale GVV

Teneinde het fiscaal gunstig regime van de GVV’s tevens toegankelijk te maken voor de sociale sector heeft de wetgever voorzien in de introductie van de “sociale GVV”.

Deze specifieke GVV richt zich op de ontwikkeling en het ter beschikking stellen van vastgoed in de onderwijs – en zorgverleningssector. De sociale GVV moet de vorm aannemen van een CVBA met sociaal oogmerk en zal tevens kunnen genieten van een fiscaal gunstig regime analoog aan dat van de GVV’s, namelijk het niet verschuldigd zijn van vennootschapsbelasting op het bedrijfsresultaat en de meerwaarden.

Dieter BEAUSAERT