Decreet complexe projecten

1.
Op 12 december 2014 heeft de Vlaamse Regering het uitvoeringsbesluit inzake het Decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten (‘Decreet’) aangenomen. Het gaat om een procedurebesluit. 

2.
Met het Decreet wil de Vlaamse Regering de doorlooptijd en de besluitvorming van complexe projecten verbeteren en versnellen. Het Decreet voorziet voor complexe projecten in de mogelijkheid van een afgestemde, geïntegreerde en overkoepelende procedure. Op deze manier wil men complexe projecten binnen een aanvaardbare termijn realiseren.

3.
Onder complexe projecten begrijpt het Decreet “een project van groot maatschappelijk en ruimtelijk strategisch belang dat vraagt om een geïntegreerd vergunningen en ruimtelijk planproces”. 

Het Decreet geeft daarbij zelf een aantal indicaties van wat men onder groot maatschappelijk en ruimtelijk – strategisch belang moet verstaan. Het gaat onder meer om projecten die ongebruikelijke investeringen en inspanningen vereisen en / of die een grotere impact hebben op het leefmilieu, het verkeer,... Men kan denken aan projecten inzake de ontwikkeling van een stationsomgeving of het aanleggen van een belangrijke verbindingsweg. Voor de toepassing van het decreet is het in elk geval vereist dat het initiatief kenmerken inhoudt die verantwoorden dat de geïntegreerde procedure van ruimtelijke planning en de afgifte van vergunningen gevolgd wordt. Complexe projecten kunnen daarbij zowel publiek als privaat zijn. 

De Vlaamse Regering beslist of een project of initiatief onder het toepassingsgebied van het Decreet valt. De initiatiefnemer is evenwel niet verplicht om het Decreet te volgen, maar kan er voor opteren. 

4.
Het Decreet volgt een aantal belangrijke krachtlijnen. 

De eerste krachtlijn is dat initiatiefnemers van complexe projecten gebruik kunnen maken van een nieuwe procesaanpak, uitgewerkt in een ter beschikking gestelde methodiek, de routeplanner. Een tweede belangrijke krachtlijn is dat het gaat om een procedureel kaderdecreet, waarin slechts het noodzakelijke decretaal verankerd werd. 

Doordat het gaat om een procedureel kader kunnen, als derde belangrijke krachtlijn, de inhoudelijke verplichtingen uit de sectorale regelgeving, inzake ruimtelijke ordening of inzake de milieuvergunningen ongewijzigd behouden blijven of worden gevolgd. Het procedurele kader moet maatwerk en flexibiliteit als vierde krachtlijn toelaten. 

De vijfde krachtlijn van het Decreet is dat het procedurele kader ervoor zorgt dat de besluitvorming met betrekking tot complexe projecten is opgebouwd uit drie duidelijk afgelijnde fases. Een eerste fase is de verkenningsfase, hetgeen moet leiden tot een startbeslissing aangaande het complexe project. Een onderzoeksfase moet leiden tot een voorkeurbesluit en een uitwerkingsfase dient te resulteren in het eigenlijke projectbesluit. 

5.
Het Decreet hanteert ook aantal belangrijke basisprincipes die moeten resulteren in een kwalitatieve procesaanpak. 

Een eerste basisprincipe is het participatiebeginsel. Het houdt in dat alle relevante actoren, zoals politici, administraties, het maatschappelijk middenveld, de georganiseerde en niet – georganiseerde burgers betrokken worden bij de voorbereiding van de besluitvorming. Als tweede basisprincipe wordt inzake het complexe project een open communicatie en transparantie nagestreefd. Verder gaat het Decreet als derde basisprincipe uit van een geïntegreerd en oplossingsgericht samenwerken op grond van concrete afspraken al dan niet overschrijdend tussen de verschillende bestuursniveaus. Een vierde basisprincipe is de integrerende en gelijktijdige aanpak ten aanzien van onderzoeken inzake inspraak en participatie naar besluitvorming toe. 

Ten slotte wordt als vijfde basisprincipe uitgegaan van een procesregie die door de actoren wordt gedragen en een kwaliteitsvolle aanpak moet garanderen. Het Decreet vermeldt een procesnota. Deze procesnota geeft aan hoe met voormelde uitgangspunten en basisprincipes kan worden omgegaan. Het document heeft geen formule status en de inhoud ervan kan niet worden aangevochten. Maar het gaat wel om een cruciaal instrument van participatie en transparantie als informatief en evolutief document. 

De procesnota geeft onder meer aan op welke wijze de participatie zal aangepakt worden en hoe de betrokken actoren zullen samenwerken.

6.
De nieuwe regelgeving treedt in werking op 1 maart 2015. 

Wouter DECLERCK