Decreet Handhaving Omgevingsvergunning (Decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning, BS 27/08/2014)

Op deze blog werden reeds enkele berichten gewijd aan de samensmelting van de milieu- en de stedenbouwkundige vergunning tot de omgevingsvergunning. De handhaving betreffende de omgevingsvergunning wordt echter in een apart decreet geregeld. Voor de volledige regeling dient men aldus het Decreet Omgevingsvergunning samen te lezen met het Decreet Handhaving Omgevingsvergunning.

De omgevingsvergunning heeft op procedureel vlak een eenmaking teweeg gebracht van de vergunnings- en meldingsplichten inzake ruimtelijke ordening en milieu. Daarentegen wordt door het decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning vooral beoogd dat bij de handhaving van de ruimtelijke ordening en van het milieu, dat deze regelingen minstens met elkaar compatibel zijn. Hier werd geen eenmaking nagestreefd waardoor de beide materies naast elkaar blijven bestaan. Onder andere op het vlak van strafbaarstellingen en herstelmaatregelen behouden zij elk hun eigen systematiek. Daarnaast is er ook nog de handhaving van gemengde feiten noodzakelijk. Dit komt voor indien een handeling zowel in de VCRO als in het DABM strafbaar wordt gesteld.

De voornaamste wijzigingen bevinden zich in de handhaving van de ruimtelijke ordening. Titel VI van de VCRO zal immers volledig vervangen worden. Men heeft inspiratie geput uit het milieubeleid dat reeds een duidelijk onderscheid maakte tussen administratieve en strafrechtelijke handhaving. In de ruimtelijke ordening kan men zich tot op vandaag enkel op het stakingsbevel als administratief middel beroepen. Onder invloed van het milieubeleid wordt ook hier een verruimde mogelijkheid van bestuurlijke handhaving ingevoerd, gezien men via de administratieve weg veel sneller kan optreden dan door het nemen van gerechtelijke stappen. De handhavende instanties zullen hierdoor meer slagkracht krijgen. Enerzijds zullen er voortaan ook in veel gevallen administratieve geldboetes kunnen worden opgelegd. Anderzijds wordt het voor de handhavende instanties ook mogelijk om, buiten de rechtbank om, via administratieve bevelen (bestuursdwang of last onder dwangsom) rechtstreeks de overtreder te verplichten om tot herstel over gaan. Het wordt daardoor dus bijvoorbeeld mogelijk dat de overheid zelf meteen  het herstel beveelt en daarbij een dwangsom oplegt. Zij moet dan daarvoor niet meer eerst langs de rechtbank. Het zal in die gevallen aan de burger zijn om, indien hij meent dat een dergelijk bevel ten onrechte werd opgelegd, zelf in beroep te gaan.

Wanneer deze nieuwe handhaving van start kan gaan, valt nog af te wachten. Daarvoor is het nog wachten op een besluit van de Vlaamse Regering. In ieder geval is het zo dat de nieuwe handhaving niet vóór de omgevingsvergunning (23 februari 2017) in werking zal treden.

Alexander VERMEIRE