Decreet van 11 mei 2012 - Wijzigingen aan de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

Met het decreet van 11 mei 2012 werden een aantal wijzigingen doorgevoerd aan diverse bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. 
De wijzigingen hebben o.m. betrekking op de verkavelingsvergunningsplicht bij groepswoningbouwprojecten en de beroepsprocedure bij planologische attesten. 

verkavelingsvergunningsplicht


De Raad van State stelde in een recent aantal arresten dat voor een groepswoningbouwproject altijd eerst een verkavelingsvergunning moest worden aangevraagd. 

Met het nieuwe decreet van 11 mei 2012 geeft de Vlaamse decreetgever aan dat zij het niet eens is met de Raad van State. 
Artikel 4.2.15, $ 1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt: "Niemand mag zonder voorafgaande verkavelingsvergunning een stuk grond verkavelen voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt." 
Daarbij is het begrip "verkavelen" volgens artikel 4.1.1.,14° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening opgebouwd uit drie onderdelen. Het betreft (1) het vrijwillig verdelen in twee of meer kavels, (2) om ten minste één van deze kavels te verkopen of te verhuren voor méér dan negen jaar, om er een recht van erfpacht of opstal op te vestigen, of om één van deze overdrachtsvormen aan te bieden, zelfs onder opschortende voorwaarde, (3) zulks met het oog op woningbouw of de oprichting van constructies. 

De Vlaamse decreetgever leest hierin dat het bij de vergunningsplicht tot verkavelen steeds moet gaan om onbebouwde kavels die op de woningmarkt aangeboden worden. Er is dan geen verkavelingsvergunning vereist als in het kader van een groepswoningbouwproject de loten eerst worden bebouwd om nadien als afzonderlijk bebouwde loten te worden vervreemd. Volgens deze lezing kan een groepswoningbouwproject, waarbij de loten eerst worden bebouwd, dus met een stedenbouwkundige vergunning worden vergund. Een lot wordt geacht bebouwd te zijn vanaf het moment de stedenbouwkundige vergunning niet meer kan vervallen. Overeenkomstig artikel 4.6.2.,§ 1, 3° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening is dat van zodra het gebouw winddicht is. 

Dit wordt bevestigd in de aangepaste Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: "Een voorafgaande verkavelingsvergunning is niet vereist indien op de kavels één of meer woningen of constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt worden opgericht, vooraleer de kavels door middel van één van de genoemde overdrachtsvormen worden aangeboden."

Aangezien het gaat over een interpretatieve bepaling, wordt deze lezing geacht de correcte te zijn vanaf de invoering van de geïnterpreteerde bepaling. 

beroepsprocedurebijplanologischeattesten


De tweede wijziging aan de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening houdt verband met de gevolgen van het beroep dat is ingesteld tegen een gunstig planologisch attest. 

Dit planologische attest is een informatief document dat aangeeft of een bestaand bedrijf al dan niet behouden kan worden op de plaats waar het gevestigd is en of er zal worden beslist tot opmaak of wijziging van een ruimtelijk structuurplan. Om investeringen te plannen is het voor bedrijven immers vaak nuttig zicht te hebben op de juridische situatie in de nabije toekomst. 

De Vlaamse Regering, de deputatie of het college van burgemeester en schepenen beslissen over de aanvraag tot een planologisch attest. Naargelang de situatie kan de gewestelijke stedenbouwkundig ambtenaar of de gedelegeerd planologisch ambtenaar een schorsend administratief beroep instellen tegen een gunstig planologisch attest indien het onverenigbaar is met een ruimtelijk structuurplan. 

Via het nieuwe decreet wordt verduidelijkt wat de gevolgen zijn van een beslissing van de Vlaamse Regering in een dergelijke beroepsprocedure. Voorheen bleef de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening hier immers heel vaag over. Indien de Vlaamse Regering het beroep verwerpt, wordt de schorsing opgeheven en krijgt het attest definitief uitwerking. Dit is duidelijk en stelt geen probleem. Er was echter geen eenduidig antwoord op de vraag wat er specifiek gebeurt indien de Vlaamse Regering het beroep wel inwilligt.

Om die reden werd onder artikel 4.4.25, § 6 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening volgende tekst toegevoegd: "Indien de Vlaamse Regering het beroep inwilligt, wordt het planologisch attest vernietigd, en moet de deputatie of het college van burgemeester en schepenen opnieuw beslissen over de aanvraag tot planologisch attest, rekening houdend met de motieven voor het inwilligen van het beroep." Dat betekent dat ingeval van beroepsinwilliging door de Vlaamse Regering geen nieuwe aanvraag moet wordt ingediend, en dat er ook geen nieuw openbaar onderzoek of nieuwe adviesronde wordt georganiseerd. De volledige procedure moet met andere woorden niet opnieuw worden opgestart. Het betrokken bestuursorgaan neemt gewoon een nieuwe beslissing. 
Afhankelijk van de concrete redenen van de inwilliging van het beroep zal de deputatie of het college van burgemeester en schepenen alsnog een gunstig, maar andersluidend attest kunnen afgeven, of zal ze zich verplicht zien om een negatief attest af te geven. 
Deze verduidelijking ging in op 16 juni 2012.

Wouter Declerck