Een uitdrukkelijk ontbindend beding in een huurovereenkomst is nietig

In principe kan in een overeenkomst een uitdrukkelijk ontbindend beding worden opgenomen. In dat beding bepalen de partijen aan de overeenkomst in welke gevallen de overeenkomst beëindigd wordt zonder dat een rechter hiertoe moet beslissen.
Een controle van de rechter kan nooit volledig worden uitgesloten. Indien er tussen partijen betwisting ontstaat omtrent de ontbinding, kan dit achteraf voorgelegd worden aan de rechter. De rechter gaat vervolgens na of de ontbinding plaatsvond overeenkomstig de voorwaarden voor ontbinding die de partijen in de overeenkomst hebben opgenomen. 
In bepaalde gevallen, onder andere inzake huur, verbiedt de wet het uitdrukkelijke ontbindend beding om de preventieve tussenkomst van de rechter te verzekeren met het oog op het beschermen van de zwakkere partij.
Een uitdrukkelijk ontbindend beding in een huurovereenkomst wordt voor niet geschreven gehouden.
De ontbinding van een huurovereenkomst vereist een gerechtelijke tussenkomst in het belang van de rechtszekerheid en de billijkheid. De verhuurder of de huurder die de ontbinding van de huur nastreeft wanneer de huurder respectievelijk de verhuurder zijn contractuele verplichtingen niet nakomt, dient dit te vorderen voor de rechter. De rechter dient te oordelen of de ingeroepen wanprestatie ernstig genoeg is om de ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. 

Melanie GALLE