Het niet-concurrentiebeding in de overnameovereenkomst: in concreto beoordeling van de voorwaarden blijft onontbeerlijk.

Vaak worden niet-concurrentiebedingen in overnameovereenkomsten opgenomen, dit teneinde tegemoet te komen aan de vrees die erin  kan bestaan dat de verkoper de dag na de closing van de overdracht op één of andere manier meewerkt aan concurrerende activiteiten en zo gekend cliënteel kan afwerven van de overgenomen onderneming.

Algemeen geldt dat een concurrenctiebeding slechts uitwerking kan krijgen indien voldaan werd aan drie cummulatieve voorwaarden. Zo moet het beding (i)  territoriaal beperkt zijn, (ii) beperkt zijn in tijd en (iii) een omschrijving van de verboden activiteiten bevatten. Tevens mag het beding de vrijheid van handel en nijverheid niet aantasten.

In het Cassatiearrest van 14 september 2017 kwam de geldigheid van volgend  niet-concurrentiebeding aan bod:

“gedurende een periode van 8 jaar dus tot en met 31.12.2016 noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks een concurrerende activiteit uit te oefenen met de verkochte vennootschappen op het grondgebied België”;

Het beding voldeed in eerste instantie aan de drie cumulatieve voorwaarden, daar (i) het beding beperkt was in tijd tot 8 jaar, (ii) de verboden activiteit omschreven was, en (iii) de activiteiten beperkt waren tot het grondgebied België.

Niettemin oordeelde het Hof dat het beding nietig is omdat het gelet op de specifieke situatie  “verder reikt dan noodzakelijk om de concurrentie tegen te gaan en dienvolgens een ongeoorloofde beperking van de vrijheid van handel en nijverheid inhoudt, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.”

Kortom volstaat het aldus niet om de het niet-concurrentiebeding louter te onderwerpen aan voormelde drie cummulatieve voorwaarden. Er dient derhalve in elke specifieke situatie nagegaan te worden of de  beperking van het voorwerp, territorium en duur al dan niet verder reikt dan noodzakelijk is om concurrentie tegen te gaan. Daarbij dient steeds rekening gehouden te worden met de bijzondere omstandigheden van de situatie.

Uit voormeld arrest blijkt nog maar eens dat voor elke specifieke overnameovereenkomst een in concreto beoordeling  van essentieel belang is.

Dieter BEAUSAERT