Het nieuwe insolventierecht

Op 11 september 2017 werd de wet houdende invoeging van het Boek XX “Insolventie van ondernemingen” in het Wetboek Economisch Recht gepubliceerd.

Concreet betekent de invoeging van Boek XX in het Wetboek Economisch Recht de komst van een uniforme insolventiewet. Zowel de faillissementswet van 8 augustus 2017 als de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van ondernemingen worden bij inwerkingtreding van Boek XX immers opgegeven.

Een grote wijziging die Boek XX met zich meebrengt, is de uitbreiding van het personeel toepassingsgebied. Hoewel vroeger het faillissement en de procedure van gerechtelijke reorganisatie enkel waren voorbehouden voor handelaars, kan vanaf de inwerkingtreding van Boek XX iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent, iedere rechtspersoon en iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid failliet worden verklaard.

Boek XX voorziet ook enkele procedurele wijzigingen, waarvan de belangrijkste hier worden besproken.

Vooreerst voert Boek XX van het WER verdere digitalisering in door het gebruik van het Centraal Register Solvabiliteit (RegSol) uit te breiden voor de gerechtelijke reorganisatie. Het RegSol bestaat reeds sinds 1 april 2007 in het kader van de faillissementsprocedure. Belgische ondernemingen konden vanaf dan enkel nog via dat platform hun aangifte van schuldvordering doen.

Daarnaast zal de schuldenaar voorzichtig moeten omspringen met het aanvragen van een procedure tot gerechtelijke reorganisatie. De bescherming tegen de gerechtelijke ontbinding of het faillissement geldt niet langer wanneer de schuldenaar binnen de zes maanden voordien reeds een gerechtelijke reorganisatie had aangevraagd. De bescherming tegen gedwongen tegeldemaking wordt ook strenger: de schuldenaar zal vanaf de inwerkingtreding van Boek XX steeds in het inleidend verzoekschrift deze bescherming moeten vragen aan de rechtbank.

Vervolgens wordt de bestuurdersaansprakelijkheid voor de kennelijk grove fout die heeft bijgedragen tot het faillissement, zoals bepaald in artikel 265 en 409 van het Wetboek van Vennootschappen, uit het Wetboek van Vennootschappen gehaald. Voortaan zal deze grond tot bestuurdersaansprakelijkheid terug te vinden zijn in Boek XX van het WER. Daarnaast voorziet Boek XX in een bijkomende aansprakelijkheidsgrond. Vanaf de inwerkingtreding kunnen de bestuurders of zaakvoerders door de curator aansprakelijk worden gesteld wanneer de betrokken persoon wist of behoorde te weten dat een faillissement niet meer te vermijden was maar deze bijvoorbeeld toch bepaalde verlieslatende activiteiten van de vennootschap verderzette. Hoewel ondernemingen in de ruime zin van het woord onder de nieuwe insolventiewet kunnen vallen, gelden deze aansprakelijkheidsgronden evenwel niet voor de natuurlijke personen die een zelfstandige activiteit uitoefenen.

Tenslotte zorgt de nieuwe insolventiewet eveneens voor een positieve noot. Boek XX legt enerzijds nog meer de nadruk op de nieuwe start van de gefailleerde door te bepalen dat de inkomsten die de gefailleerde na datum van het faillissement verkrijgt, voortaan buiten de faillissementsboedel vallen. Anderzijds verdwijnt het concept van de verschoonbaarheidsverklaring van een natuurlijk persoon. In de plaats komt er een mogelijkheid tot kwijtschelding: de gefailleerde natuurlijk persoon kan een kwijtschelding voor de restschulden vragen aan de rechter zonder dat hij moet wachten op het afsluiten van het faillissement.

Het nieuwe insolventierecht zal van toepassing zijn op insolventieprocedures die vanaf 1 mei 2018, zijnde de datum van inwerkingtreding, zijn geopend.

Lore HUYGHE