Het nieuwe wetgevend kader inzake overheidsopdrachten vanaf 30 juni 2017

Op 30 juni 2017 is een nieuw wetgevend kader inzake overheidsopdrachten in werking getreden. Dit kader geldt voor alle overheidsopdrachten die vanaf 30 juni 2017 zijn bekendgemaakt of waarvoor vanaf deze datum deelnemers zijn uitgenodigd om zich kandidaat te stellen of een offerte in te dienen (wanneer een bekendmaking niet verplicht is).

De aanleiding van het nieuw wetgevend kader is de verplichting tot omzetting van de Europese overheidsopdrachtenrichtlijnen 2014/23/EU, 2014/24/EU en 2014/25/EU.

De bedoeling is om:

1) de bestaande regelgeving te herzien en moderniseren met het oog op:

     - het bereiken van een slimme, duurzame en inclusieve groei; en

     - het doelmatiger besteden van overheidsmiddelen, in het bijzonder door de deelneming van kmo’s aan overheidsopdrachten te bevorderen.

2) de aanbestedende instanties in staat te stellen om overheidsopdrachten beter aan te wenden ter ondersteuning van gemeenschappelijke maatschappelijke doelstellingen, zoals het milieubeleid, de sociale integratie en de innovatie.

De belangrijkste nieuwigheden betreffen onder meer het voorzien van een bijkomend aantal uitgesloten overheidsopdrachten, de introductie van een soepel aanbestedingsregime voor welbepaalde sociale en soortgelijke diensten, de uitbreiding van de mogelijkheid om beroep te doen op de onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking (nu “de mededingingsprocedure met onderhandeling” genoemd) en de verplichte aanwending van elektronische communicatiemiddelen tijdens de plaatsingsprocedure.

In een aantal gevallen betreft de nieuwe regelgeving een codificatie van voorheen bestaande rechtspraak en is er aldus geen sprake van een echte revolutie.

Hiernaast worden evenwel ook een aantal echte nieuwigheden geïntroduceerd, zoals:

  • het self cleaning-principe: d.i. de mogelijkheid voor de deelnemer om te bewijzen dat hij voldoende maatregelen heeft genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen, om zo te vermijden dat hij zou worden uitgesloten van verdere deelname aan de procedure, omwille van een op hem toepasselijke (verplichte of facultatieve) uitsluitingsgrond (vb. ingevolge strafrechtelijke inbreuken);
  • het concept van de draaideurconstructie: d.i. de mogelijkheid tot uitsluiting van de deelnemer aan de overheidsopdracht wegens bijvoorbeeld een vroegere tewerkstelling bij de aanbestedende overheid;
  • het gebruik in de selectiefase van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UAE), d.i. een standaardformulier bestaande uit de formele verklaring dat men aan de toepasselijke criteria voldoet, ter vervanging van de verplichting tot het overleggen van verschillende documenten en certificaten, hetgeen de administratieve belasting voor de deelnemers in die fase zou moeten verlichten.

Aline HEYRMAN