Oprichting van het ‘Centraal Register Solvabiliteit’

Met de “Wet van 1 december 2016”1 wordt een ‘Centraal Register Solvabiliteit’ in het leven geroepen. Het gaat om een nieuwe stap in het kader van de informatisering binnen Justitie met als doel de inrichting van een gegevensbank die alle faillissementsdossiers zal bewaren. Zowel de ‘Orde van Vlaamse Balies’ als de ‘Ordre des Barreaux francophones’ staan samen in voor de realisatie en het beheer van het nieuwe register. De wet van 1 december 2016 treedt in werking op 1 april 2017 en is van toepassing op de faillissementen die open worden verklaard vanaf voormelde datum.

Het register bevat alle relevante gegevens en stukken met betrekking tot de faillissementsprocedure. Het gaat hier onder meer om gegevens en stukken die voor de curator vereist zijn om het passief van de gefailleerde te bepalen, zoals de schuldvorderingen, de processen-verbaal van verificatie, enz. Het register zal als authentieke bron gelden voor alle opgenomen informatie en akten. De bewaartermijn van de gegevens met betrekking tot de faillissementsprocedure is 30 jaar, te rekenen vanaf het vonnis van sluiting van het faillissement.

Organisatie en beheer van het register

De toegang tot het register zal beperkt zijn tot magistraten, griffiers, het openbaar ministerie, curators. Ook de gefailleerden, schuldeisers en derden die beroepsmatig bijstand verlenen, zoals advocaten in het kader van een faillissement, zullen het register kunnen inkijken. Alle personen betrokken bij de werking van het register zullen het vertrouwenskarakter strikt moeten respecteren.

De concrete werking van het register, zoals de nadere regels betreffende de opname van gegevens en de regeling van toegang tot het register, moet nog via koninklijk besluit bepaald worden. Wat wel reeds vaststaat is dat een retributie vereist zal zijn voor het  neerleggen van schuldvorderingen door schuldeisers in het register en de inzage van het faillissementsdossier via het register.

Daar het register gevoelige informatie en persoonsgegevens zal bevatten, zullen de Ordes een onafhankelijke functionaris aanstellen die over de naleving van de privacywet zal waken. Laatstgenoemd zal tevens het contactpunt zijn voor de ‘Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer’ die eveneens instaat voor het waarborgen van de privacy betreffende persoonsgegevens.

Identificatie en gerechtelijke gegevens

Met betrekking tot de gefailleerde, de schuldeisers, de curators en de rechter-commissarissen worden de volgende categorieën van persoonsgegevens in het register verwerkt :

De identificatiegegevens, onder meer:

  • de naam en voornamen van de natuurlijke persoon, of de naam van de rechtspersoon;
  • de nationaliteit;
  • het beroep;
  • de unieke identificatienummers, nl. het identificatienummer van het Rijksregister van natuurlijke personen, en het identificatienummer van de Kruispuntbank van ondernemingen (KBO);
  • het adres van inschrijving in het bevolkingsregister, en het adres van de maatschappelijke zetel;

De gerechtelijke gegevens, onder meer:

  • de rechtbank waarbij de procedure hangende is;
  • het bedrag van de aangegeven schuldvordering;
  • de naam en hoedanigheid van de partij in de procedure.

Er zijn ongetwijfeld heel wat voordelen dat het register aanbiedt. Het leidt tot tijdwinst en verminderde administratieve en verplaatsingskosten. Een van de grootste troeven is natuurlijk dat schuldeisers hun aangiften van schuldvorderingen om het even waar en wanneer kunnen maken. Daarnaast zal de werklast van de griffiers dankzij het register dalen. Zo wordt bijvoorbeeld de inventaris van de curator voortaan ingevoerd in het register en niet langer neergelegd ter griffie. Dat geldt overigens ook voor de verklaring van de curator dat de activa ontoereikend zijn om de kosten voor het beheer en de vereffening van het faillissement te dekken.

Bertrand HALLYN

 

Wet van 1 december 2016 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en de faillissementswet van 8 augustus 1997 met het oog op de invoering van het Centraal Register Solvabiliteit, BS 11 januari 2016.