Stedenbouwkundige meldingsplicht

Sedert 1 december 2010 is voor de volgende werken niet langer een stedenbouwkundige vergunning vereist, maar volstaat het om voorafgaand aan de werken een melding te doen:
a) stabiliteitswerken binnen in een vergund gebouw (bijvoorbeeld een dragende binnenmuur verwijderen);
b) stabiliteitswerken aan zijgevels, achtergevels en daken van een vergund gebouw (bijvoorbeeld een raam plaatsen in een muur), voor zover het bouwvolume, en -oppervlakte ongewijzigd blijven;
c) de oprichting van een bijgebouw aan een vergunde woning (bijvoorbeeld een veranda), voor zover de totale oppervlakte van de bestaande en op te richten bijgebouwen maximaal 40 m² bedraagt, de hoogte maximaal 4 meter is, en bepaalde afstandsregels gerespecteerd worden.

In elk van voormelde gevallen mag men geen vergunningsplichtige functiewijzing doorvoeren (bijvoorbeeld van een woning een kantoor of horecazaak maken) of het aantal woongelegenheden wijzigen. Wil men dit wel doen, dan blijft een stedenbouwkundige vergunning noodzakelijk.

Voor bestaande en vergunde industriële of ambachtelijke bedrijven, gelegen in een gebied bestemd voor industrie en/of ambacht, is er eveneens een belangrijke vereenvoudiging doorgevoerd. Bij een verbouwing of een uitbreiding kan men de melding doen indien:
a) de werken geen functiewijziging met zich meebrengen;
b) men geen bedrijfswoning creëert;
c) de uitbreiding een fysisch geheel uitmaakt van het bestaande gebouwencomplex;
d) de werken niet gepaard gaan met een ontbossing, inname of aantasting van bufferzones;
e) men rekening houdt met bepaalde regels inzake afstand en hoogte; en
f) voor de inrichting een milieuvergunning klasse I of II is verleend en de gebouwen in het aanvraagdossier van de milieuvergunning zijn vermeld.

Op die manier komt men tot een zogenaamde 'enige vergunning' waarbij de dubbele procedure van milieu- en stedenbouwkundige vergunning wordt vermeden. De koppeling met de milieuvergunning is aldus essentieel voor de toepassing van de meldingsmogelijkheid. Als voorbeeld, een bedrijf beschikt over de nodige milieu- en stedenbouwkundige vergunningen voor het opslaan van bepaalde producten in loodsen. De noodzaak aan meer opslagcapaciteit groeit met de jaren, zodat het bedrijf een nieuwe loods wil bouwen aan het bestaande loodsencomplex. Indien het bedrijf voor deze uitbreiding een milieuvergunning krijgt, volstaat op stedenbouwkundig vlak een melding aan de gemeente voor de oprichting van de loods.

De melding verricht men via een formulier (verschillend formulier voor woningen en bedrijven), met in bijlage dezelfde stukken als deze die zijn vereist bij de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning (o.a. de bouwplannen), welke men indient bij het gemeentebestuur twintig dagen voor de aanvang van de werken.

Hoewel de meldingsplicht een welkome vereenvoudiging betekent, mag men niet uit het oog verliezen dat ook voor de werken die onder de toepassing ervan vallen de medewerking van een architect noodzakelijk blijft voor stabiliteitswerken. Ook de verplichting tot energieprestatieverslaggeving vervalt niet. Verder mag er geen inbreuk zijn op andere stedenbouwkundige regelgeving, zoals niet limitatief de stedenbouwkundige verordening voor hemelwater, het decreet m.b.t. beschermde monumenten, verkavelingsvoorschriften, ed.

Tot slot merken we nog op dat de meldingsplicht niet dezelfde werken beoogt als de werken die onder de vrijstelling van de vergunningsplicht vallen (bijvoorbeeld onder bepaalde voorwaarden: het plaatsen van zonnepanelen, binnenverbouwingen zonder stabiliteitswerken, een vrijstaande carport, zwembad, ed.). 


Sylvia D'Hooge