Vastgoedmakelaarswet hervormd

Op 1 februari 2018 is de Wet van 21 december 2017 tot wijziging van de wet van 11 februari 2013 houdende de organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar – kortom, de gewijzigde vastgoedmakelaarswet – in werking getreden. De hervorming doelt enerzijds op een doorgedreven transparantie bij de procedures, en anderzijds op het opkrikken van het sectorimago en de bescherming tegen malafide makelaars.

De hervormingswet heeft vooreerst tot doel om de tuchtprocedure voor het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (hierna ‘BIV’) transparanter te maken. In het kader van een tuchtprocedure wordt nu de mogelijkheid voor klagers gecreëerd om een herziening van een seponeringsbeslissing te vragen indien hun klacht zonder gevolg werd geklasseerd door de rechtskundig assessor. Om deze herzieningsverzoeken te behandelen wordt een nieuwe instantie ingericht, het rechtskundig assessoraat-generaal.

In het verlengde van deze herzieningsmogelijkheid krijgen het BIV en de rechtskundige assessoren (generaal) de mogelijkheid om door middel van een spoedprocedure de rechter verzoeken om bewarende maatregelen te nemen ten aanzien van oneerlijke vastgoedmakelaars. Als voorbeeld kan onder meer een verzoek tot de rechter tot aanstelling van een voorlopig bewindvoerder aangehaald worden, waarbij deze voorlopige bewindvoerder tijdelijk het beheer van de syndicus overneemt ter bescherming van de mede-eigenaars. Met betrekking tot eventueel genomen voorlopige maatregelen en tuchtbeslissing wordt dezelfde transparantielijn vervolgens doorgetrokken. De nieuwe wet voorziet immers in een automatische overmaking van dergelijke beslissingen aan de klager en de publicatie van bepaalde tuchtbeslissingen op de website van het instituut.

Daarnaast doelt de hervormingswet op de noodzakelijke, verdere professionalisering van het beroep van vastgoedmakelaar. De nieuwe wet verplicht vastgoedmakelaars immers om gebruik te maken van een rubriekrekening én een derdenrekening. Deze wettelijke verankering van de derdenrekening zorgt ervoor dat de verkoper er zeker van kan zijn dat de overgemaakte voorschotten hem zullen toekomen. Net zoals bij notarissen, advocaten en gerechtsdeurwaarders is er nu dus een duidelijke afscheiding tussen het privévermogen en het professionele vermogen van de vastgoedmakelaar, en blijven geldsommen die door cliënten werden toevertrouwd volledig buiten schot bij een eventueel faillissement. Deze nieuwigheid dient de verdere bescherming van cliënten en consumenten, maar leidt daarnaast ook tot een verder doorgedreven professionalisering van het beroep en de sector. Hoewel de gewijzigde wet in werking getreden is op 1 februari, zijn de nieuwe bepalingen inzake derdengelden en de kwaliteitsrekening pas vanaf 1 augustus 2018 van kracht.

Ten slotte dient meegedeeld te worden dat de nieuwe wet geen wijzigingen aanbrengt aan de inschrijvings- en stagevoorschriften. De huidige wetgeving blijft daar dus van toepassing.

Tuur LATRÉ