Wetsontwerp Alexander De Croo: verduidelijking en bevordering van overeenkomsten via elektronische weg

Minister van Digitale Agenda Alexander De Croo kwam de voorbije dagen in de actualiteit met betrekking tot zijn nieuw wetsvoorstel inzake het sluiten van contracten via elektronische weg.

Minister De Croo maakte dit wetsvoorstel op als reactie op het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 19 december 2016. De discussie die werd voorgelegd aan het Hof betrof een afgesprongen verkoop van een onroerend goed. Zowel de potentiële kopers, de verkoper als de vastgoedmakelaar onderhandelden uitsluitend via e-mail over de desbetreffende verkoop. In eerste instantie waren partijen het eens over zowel het te verkopen goed als de prijs. Uiteindelijk sprong de koop af, zonder ondertekening van de verkoopovereenkomst. De kandidaat-kopers lieten het hier niet bij en stapten naar de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren om via een gerechtelijke procedure het bewijs voor te leggen dat er wel degelijk een akkoord gesloten was, om zo de ontstane verkoop door de rechter te laten bevestigen.

De eerste rechter gaf de kandidaat-kopers gelijk. De rechter oordeelde dat de precontractuele onderhandelingsfase wel degelijk afgelopen was en partijen over de belangrijkste aspecten van de verkoop, het goed en de prijs, eens waren. De koop werd aldus gesloten.

De verkoper was het niet eens met deze uitspraak en ging in beroep. Het Hof van Beroep te Antwerpen volgde de beoordeling van de eerste rechter evenwel niet. Het Hof oordeelde immers dat de Wet op de Elektronische Handel, een wet uit 2003 en bijgevolg niet langer aangepast aan onze huidige digitale samenleving, van toepassing was. Het Hof oordeelde: 'Uit de wettelijke bepalingen van de wet elektronische handel volgt dat een koop-verkoopovereenkomst over een onroerend goed niet tot stand kan komen via elektronische weg'.

De gevolgen van dit arrest waren niet min. Wanneer koper en verkoper het via e-mail eens geraakten over een prijs, heeft die overeenkomst sedert dat arrest geen enkele juridische waarde meer. E-mails konden eveneens niet worden aangewend als een begin van bewijs door geschrift om wilsovereenstemming over prijs en goed aan te tonen.

Ook bij de vastgoedmakelaars zaaide het arrest twijfel en rechtsonzekerheid. Het digitaal beklinken van een vastgoedtransactie is immers een courante praktijk bij vastgoedkantoren. Het valt inderdaad niet te ontkennen dat deze praktijk focust op snelheid en gemakkelijkheid.

Een arrest van het Hof van Beroep te Gent van 2013, waarin werd geoordeeld dat een sms een begin van bewijs door geschrift is, maakte de rechtsonzekerheid compleet. De uitspraak van het Hof van Beroep te Antwerpen sprak dit arrest immers volledig tegen.

Het wetsontwerp van minister De Croo wil de wetgeving aanpassen aan het digitale tijdperk en zo alle onduidelijkheid wegnemen. Er komt een aanpassing aan het Wetboek Economisch Recht dat voortaan expliciet zal stellen dat ook speciale categorieën van contracten zoals vastgoed en zakelijke zekerheden wel degelijk via elektronische weg kunnen worden gesloten. Een e-mail zal bijgevolg niet meer geweigerd kunnen worden als bewijs.

Enkel wanneer de rechter vaststelt dat er in een concreet geval sprake is van praktische obstakels, waardoor de partijen bijvoorbeeld operationeel gezien niet in staat waren om het contract elektronisch te sluiten, kan hij oordelen dat de verkoop niet geldig is.

Verwacht wordt dat dit wetsontwerp binnenkort wordt goedgekeurd door de ministerraad. Op een definitieve aanpassing van de huidige wetgeving is het evenwel nog even wachten.

Lore HUYGHE