Wetsontwerp tot hervorming van de rechtspleging voor de Raad van State.

1. Op 26 april 2013 heeft de ministerraad een ontwerp van wet tot hervorming van de rechtspleging voor de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State goedgekeurd. Het ontwerp, dat thans wordt voorgelegd voor advies aan de Afdeling Wetgeving van de Raad van State, kan leiden tot een reeds lang in de steigers staande nieuwe wetgeving.
De discussie over de hervorming van de Raad van State wordt inderdaad al geruime tijd gevoerd. Het blijft boeiend en nuttig om de evoluties daaromtrent van nabij te volgen. Wij sommen een aantal van de voorgestelde hervormingen op.

2. De schorsingsprocedure wordt versoepeld. De vordering kan worden ingesteld telkens als er sprake is van spoedeisendheid. De verplichting om een moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan te tonen wordt geschrapt. De schorsing kan ook in elke stand van het geding worden gevorderd. 
Daarnaast wordt de toegang voor rechtspersonen tot de Raad van State eenvoudiger. Er moet geen beslissing van het bestuursorgaan meer worden voorgelegd als bewijs dat de rechtspersoon een procedure voor de Raad van State wenst te voeren. Het optreden van een advocaat zal volstaan. 
In het kader van het contentieux van de administratieve boetes zal de Raad van State de bestreden handeling kunnen hervormen in de plaats van deze louter te vernietigen. Daardoor zou de beslissing van de Raad van State in de plaats komen van deze van de administratie. 

3. Verder wordt de invoering van het uit Nederland overgewaaide systeem van de bestuurlijke lus voorgesteld. Dit zou de administratieve overheid moeten toelaten, om onder controle van de Raad van State, kleine onregelmatigheden te herstellen, zonder dat de hele procedure opnieuw moet doorlopen worden. 
Er wordt ook een systeem voorgesteld waarbij de Raad van State in geval van vernietiging op verzoek van een partij verduidelijkt hoe aan de weerhouden onregelmatigheid wordt geremedieerd. 

4. Of al deze hervormingen werkelijk zullen leiden tot een verbetering van de rechtspleging en een snellere afhandeling van de ingestelde vorderingen, zal pas blijken uit de praktijk. Er dient in de huidige fase dan ook eerst nog te worden afgewacht of het voorgestelde ontwerp het ook tot wet zal maken. Wij volgen dit alvast verder op.